Spoedlijn • bel direct

085 - 13 043 93

Noodzakelijke verhuizing na verkeersongeval en voordeelstoerekening

Lees de volledige uitspraak 

Na een ongeval liept het slachoffer knieletsel op. Hij ontwikkelde (CRPS) waardoor hij in een rolstoel belandde. Hij had een nieuwe woning nodig die geschikt was voor zijn rolstoel...

De verzekeraar stelt zich primair op het standpunt dat de verhuizing naar een appartement een passend alternatief is. 

Het uitgangspunt van volledige schadevergoeding
De rechtbank stelt voorop dat verzekeraar de schade die slachtoffer door het ongeval lijdt volledig moet vergoeden (HR 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE9998). De rechtbank oordeelt dat de verhuizing naar een appartement geen passend alternatief is en een verslechtering van de woonsituatie van het slachtoffer zou zijn. Slachtoffer woont nu in een twee-onder-een-kapwoning met een tuin. Daarnaast is een appartement niet genoemd als passend alternatief in het rapport van Trivium. De rechtbank is van oordeel dat het recht doet aan het uitgangspunt dat de schade volledig dient te worden vergoed, dat een volgende woning van slachtoffer aan alle criteria voldoet die Trivium heeft genoteerd.

Vervolgens gaat de rechtbank in op de vraag hoe die woning gefinancierd zou moeten worden. De rechtbank oordeelt dat, indien en voor zover slachtoffer financieel gezien niet in staat is een andere woning te kopen, de verzekeraar het financiële tekort moet betalen. In geval dat van de verzekeraar niet gevergd zou mogen worden, zou het slachtoffer namelijk niet in staat zijn een passende woning aan te kopen, wat afbreuk zou doen aan het uitgangspunt van volledige schadevergoeding. De verzekeraar zou op verschillende manieren in dat tekort kunnen voorzien. De rechtbank noemt als mogelijkheden dat de verzekeraar aan slachtoffer een concreet bedrag ter grootte van het feitelijke tekort ter beschikking zou kunnen stellen of een garantstelling zou kunnen afgeven voor de hypotheekverstrekker die bereid is aan slachtoffer een hogere lening te verstrekken dan op basis van zijn financiële situatie zou kunnen worden verstrekt. Die laatste optie komt de rechtbank het meest praktisch en haalbaar voor, omdat op die manier in het financiële tekort van slachtoffer kan worden voorzien zonder dat verzekeraar een concreet bedrag aan slachtoffer uitkeert.

Voordeelstoerekening
Verzekeraar stelt dat als de aangepaste woning (bij een eventuele verkoop) meer waard is dan de huidige woning van het slachtoffer, die toename van het vermogen van het slachtoffer als voordeel verrekend moet worden met de te vergoeden schade.

Uit artikel 6:100 BW volgt dat als een gebeurtenis behalve schade ook voordeel heeft opgeleverd voor een benadeelde, dat voordeel, voor zover dat redelijk is, bij de vaststelling van de te vergoeden schade in rekening moet worden gebracht.

De rechtbank stelt voorop dat de Hoge Raad in het arrest van 1 februari 2002 (ECLI:NL:HR:2002:AD6627 (Van Straaten/Brandts)) heeft beslist dat als uitgangspunt moet worden genomen dat van voordeelstoerekening slechts sprake kan zijn als een voordeel daadwerkelijk is genoten, of naar redelijke verwachting daadwerkelijk genoten zal worden.

De rechtbank overweegt dat dit voor deze zaak betekent dat het niet redelijk is een eventuele concrete financiële bijdrage van verzekeraar als voordeel te verrekenen met de vast te stellen schadevergoeding, zolang de schade van het slachtoffer nog niet volledig is vergoed. Dit zou immers meebrengen dat het voor slachtoffer onmogelijk wordt gemaakt een andere woning aan te kopen, hetgeen impliceert dat zijn schade niet volledig zou worden vergoed. De omstandigheid dat slachtoffer in een groter, duurder huis zou wonen, is naar het oordeel van de rechtbank geen voordeel in de zin van artikel 6:100 BW. Hierdoor wordt hij immers juist in staat gesteld te leven en wonen zoals hij zou hebben gedaan indien het ongeval niet had plaatsgevonden.

De Rechtbank oordeelt dat het verkrijgen van een duurder, groter huis tot een vermogenstoename kan leiden. Maar of dat daadwerkelijk zo is, staat nog niet vast en kan het slachtoffer daarom niet worden tegengeworpen. Het ligt naar het oordeel van de rechtbank dan ook in de rede dat partijen afspraken maken over hoe bij een eventuele verkoop van de (nog aan te schaffen) aangepaste woning wordt omgegaan met het verschil in waarde tussen de huidige woning en de aangepaste woning, op het moment van verkoop van de aangepaste woning.

Werkzaam in:

>Den Haag
> Utrecht
> Groningen
> Maastricht
> Zwolle
> Rotterdam
> Amsterdam
> Zuid-Holland

Contact 

Haagse Hof - Parkstraat 83
2514 JG  DEN HAAG
Nederland

085 13 043 93
info@onnaletselschade.nl
www.onnaletselschade.nl