De korte verjaringstermijn van vijf jaar is gekoppeld aan uw subjectieve bekendheid met de schade en aansprakelijke partij, terwijl de lange (absolute) termijn van twintig jaar begint te lopen vanaf de schadeveroorzakende gebeurtenis zelf, ongeacht uw kennis daarvan.
In het Nederlandse verjaringsrecht bestaan twee termijnen naast elkaar. De korte, relatieve verjaringstermijn van vijf jaar is afhankelijk van het moment waarop u daadwerkelijk bekend werd met de schade en de aansprakelijke partij; zolang deze bekendheid ontbreekt, begint deze termijn niet te lopen. De lange, absolute verjaringstermijn van twintig jaar is objectief en begint te lopen vanaf de dag van de schadeveroorzakende gebeurtenis zelf, ongeacht of u op dat moment al wist dat u schade had geleden. Deze absolute termijn dient als uiterste grens, ook bij zeer laat ontdekte schade, al kent de rechtspraak hierop in bijzondere gevallen, zoals bij asbestzaken, uitzonderingen. Onna Letselschade houdt bij elke zaak beide termijnen scherp in de gaten.
Bij de zaak van een cliƫnt die pas na vijftien jaar besefte dat zijn klachten voortkwamen uit een eerdere gebeurtenis, beoordeelde Onna Letselschade zowel de korte termijn vanaf het moment van bekendheid als de absolute termijn van twintig jaar vanaf de oorspronkelijke gebeurtenis, om te bepalen of de zaak nog tijdig kon worden ingediend.
A: In de praktijk is de korte termijn van vijf jaar vanaf bekendheid meestal het meest relevant, tenzij sprake is van zeer laat ontdekte schade.
A: In uitzonderlijke gevallen, zoals bij bepaalde asbestzaken, heeft de rechtspraak hierop uitzonderingen aanvaard.
A: Uw belangenbehartiger bewaakt beide termijnen voor u, zodat u zich hier zelf geen zorgen over hoeft te maken.
mr. Zany Hoogendijk-Salatovic, letselschade-expert bij Onna Letselschade